Dit protocol is ontstaan zodat de zorgvuldige omgang met diagnostische tests en functieonderzoeken is vastgelegd.
Uitslagen onderzoeken
In principe wordt voor iedere diagnostische test of functie-onderzoek aan de patiënt gevraagd zelf te bellen voor de uitslag. Voor iedere uitslag die binnenkomt legt de huisarts in het patiëntendossier vast wat de conclusie en het beleid is.
De assistente kan dit vervolgens aan de patiënt vertellen wanneer hij belt. De assistente noteert met haar initialen in het patiëntendossier dat de uitslag aan de patiënt is doorgegeven. Wanneer het onverhoopt voorkomt dat de conclusie en het beleid niet duidelijk is, doet de assistente via de assistentenmodule navraag bij de huisarts en wordt de patiënt gevraagd om de volgende dag terug te bellen.
Afwijkende uitslagen
Wanneer er een ernstige uitslag uit een diagnostische test of functieonderzoek komt, zal de huisarts in de regel zelf contact opnemen met de patiënt. Wanneer de huisarts na twee keer bellen geen contact krijgt met de patiënt, zal de verantwoordelijkheid voor het bellen weer bij de patiënt liggen. De huisarts maakt een notitie in het patiëntendossier dat hij/zij geprobeerd heeft te bellen. De assistente is op deze manier op de hoogte op het moment dat een patiënt terugbelt, wanneer de huisarts de patiënt niet kon bereiken.
Uitbesteding diagnostische tests en functieonderzoeken
Wanneer een gewenste diagnostische test of functieonderzoek binnen de huisartsenpraktijk niet mogelijk blijkt, zal deze via verwijzing naar het Diagnosepunt Zwolle plaatsvinden, of via verwijzing naar de specialist. Voor radiologie-onderzoek wordt soms uitgeweken naar Meppel.
Werkafspraak
Diagnostische tests en functieonderzoeken
Datum laatste herziening
22-02-16
Eindverantwoordelijke
Petra
Dit protocol is ontstaan zodat de zorgvuldige omgang met diagnostische tests en functieonderzoeken is vastgelegd.
Uitslagen onderzoeken
In principe wordt voor iedere diagnostische test of functie-onderzoek aan de patiënt gevraagd zelf te bellen voor de uitslag. Voor iedere uitslag die binnenkomt legt de huisarts in het patiëntendossier vast wat de conclusie en het beleid is.
De assistente kan dit vervolgens aan de patiënt vertellen wanneer hij belt. De assistente noteert met haar initialen in het patiëntendossier dat de uitslag aan de patiënt is doorgegeven. Wanneer het onverhoopt voorkomt dat de conclusie en het beleid niet duidelijk is, doet de assistente via de assistentenmodule navraag bij de huisarts en wordt de patiënt gevraagd om de volgende dag terug te bellen.
Afwijkende uitslagen
Wanneer er een ernstige uitslag uit een diagnostische test of functieonderzoek komt, zal de huisarts in de regel zelf contact opnemen met de patiënt. Wanneer de huisarts na twee keer bellen geen contact krijgt met de patiënt, zal de verantwoordelijkheid voor het bellen weer bij de patiënt liggen. De huisarts maakt een notitie in het patiëntendossier dat hij/zij geprobeerd heeft te bellen. De assistente is op deze manier op de hoogte op het moment dat een patiënt terugbelt, wanneer de huisarts de patiënt niet kon bereiken.
Uitbesteding diagnostische tests en functieonderzoeken
Wanneer een gewenste diagnostische test of functieonderzoek binnen de huisartsenpraktijk niet mogelijk blijkt, zal deze via verwijzing naar het Diagnosepunt Zwolle plaatsvinden, of via verwijzing naar de specialist. Voor radiologie-onderzoek wordt soms uitgeweken naar Meppel.